Op papier is de Afrikaanse Vrijhandelsunie Héél Mooi

17-01-2020

Op papier is de Afrikaanse Vrijhandelsunie Héél Mooi

Handel in Afrika De oprichting van een Afrikaanse Vrijhandelsunie moet handel tussen Afrikaanse landen onderling versoepelen. Bedrijven zien veel kansen, maar reden om champagne te kopen is er nog niet.

Twee keer per dag loopt Erik van der Staaij door zijn fabriek, net buiten de Ghanese hoofdstad Accra. „Zo blijf ik in vorm”, zegt hij terwijl hij op z’n buik klopt.

Het complex beslaat zo’n 70.000 vierkante meter. Hal na hal werken mensen aan de productie van stoffen die ze zelf ook aanhebben . Uit gigantische machines rollen meters textiel met felgekleurde opdrukken in hallucinante vormen. Deze ‘Afrikaanse prints’ lijken in beweging te komen als je ernaar staart.

Van der Staaij (54) is directeur van Ghana Textile Printing (GTP), dochter van het Nederlandse Vlisco. Die onderneming maakt sinds 1846 stoffen, die nu vooral populair zijn in West-Afrika. De stoffen die Vlisco in Helmond produceert zijn twee keer zo duur als die van GTP. „Vlisco is de Mercedes, wij zijn de Volkswagen”, zegt Van der Staaij.

Als hij een collega ziet, steekt hij zijn hand omhoog. Vrijwel alle zevenhonderd medewerkers komen uit Ghana of de buurlanden, Van der Staaij is een van de twee Nederlanders die hier werken.

GTP produceert voor de lokale markt en West-Afrikaanse landen die geen hoge invoertarieven opleggen. Naar Oost- of zuidelijk Afrika exporteren is onbetaalbaar, zegt hij – de invoerrechten liggen tussen de 20 en 30 procent. Maar dát kan binnenkort veranderen.

Alle Afrikaanse landen, behalve Eritrea, tekenden afgelopen juli een akkoord dat tot een vrijhandelsunie moet leiden; een interne, Afrikaanse markt. Ze bereiden zich nu voor op het officiële begin ervan, 1 juli van dit jaar. Hierdoor verdwijnen op 90 procent van de Afrikaanse goederen invoertarieven.

Voor Van der Staaij is de Afrikaanse vrijhandelsunie goed nieuws. „We hebben onderzoek gedaan in Zuid-Afrika. We weten dat daar interesse is voor onze prints.” Hij ziet ook afzetpotentieel in Kenia. Van de regering daar mogen de ambtenaren op vrijdag hun pak thuis laten en in Afrikaanse prints naar het werk.

Maar Van der Staaij is ook terughoudend over de nieuwe kansen. „Ik heb nog geen fles champagne gekocht.” Op papier is het mooi, zegt hij. „Maar zoals dingen hier vaker gaan: in de praktijk werkt het nog niet. Het zal nog wel een flinke tijd duren voordat het handelsakkoord wordt toegepast.”

 

Grootste handelsblok

Niet alleen bij GTP denken ze er zo over. Dat komt door Nigeria, een economische grootmacht in Afrika. Amper een maand na ondertekening van het vrijhandelsakkoord sloot dit land de grens met Benin. Nigeriaanse rijstboeren hadden te lijden onder rijst die via het buurland werd binnengesmokkeld. En nu, bijna een half jaar later, is die grens nog steeds dicht.

Het Nigeriaanse besluit schokte talrijke handelspartners. Niet bepaald een vertoon van vrijhandel, ziet ook Van der Staaij. „Het was een beetje als toen Trump zich uit het klimaatakkoord terugtrok. Als Nigeria niest, is heel Afrika verkouden.”

Terwijl Afrika toch gebaat zou zijn met de vrijhandelsunie. Volgens de Economische Commissie voor Afrika van de Verenigde Naties (Uneca) beslaan onderlinge transacties slechts 16 procent van de totale handel van Afrikaanse landen. In Azië beslaat de interne handel 59 procent, die tussen Europese landen zelfs 69 procent.

De Afrikaanse Vrijhandelsunie kan met 54 deelnemende landen en 1,3 miljard inwoners het grootste handelsblok ter wereld worden. Als ze hun onderlinge invoerheffingen schrappen, zou de wederzijdse handel volgens Uneca met ruim de helft toenemen. Het zou bovendien rust brengen in hun economieën, die nu erg afhankelijk zijn van de export van grondstoffen naar andere continenten. De prijzen ervan worden gevormd op een wereldmarkt waar de producenten weinig vat op hebben, en zijn onvoorspelbaar en veranderlijk.

Voorstanders omschrijven het akkoord als een bevrijding van het koloniale verleden. Veel Afrikaanse landen mogen al decennia bestuurlijk onafhankelijk zijn, economisch zijn ze nog steeds op het Westen gericht. Ze bleven hun thee, koffie, delfstoffen en olie aan de oude kolonisatoren verkopen. De economische afhankelijkheid van het Westen bleef zo intact.

Intussen laat het regime van de Nigeriaanse president Buhari zien bestrijding van voedselsmokkel en bevordering van lokale voedselproductie serieus te nemen, schrijft de Financial Times. De autoriteiten hebben laten weten de grens met Benin zeker tot februari dicht te houden.

 

Kruidendrank

Daar wacht Kasapreko, een van Ghana’s belangrijkste drankenproducenten, dan maar op. Het bedrijf maakt onder meer Alomo Bitters, een alcoholische kruidendrank die de een drinkt als aperitief en een ander tegen menstruatiepijn.

Nigeria is een belangrijke markt, legt exportmanager Francis Holly Adzah uit op het kantoor in Accra. Buiten lopen mannen met veiligheidshelmen. Adzah toont enig begrip voor de Nigeriaanse maatregel, niet voor de manier waarop die werd genomen. „We werden wakker en ineens waren de grenzen dicht. Ze hadden ons tevoren kunnen waarschuwen, dan werden we niet verrast aan de grens.” Een van zijn vrachtwagens, geladen met 200.000 flessen, stond er lange tijd vast.

Normaal gesproken heeft Kasapreko zes tot zeven dagen nodig om een vrachtwagen bij zijn klanten in Nigeria te krijgen. Nu vervoert het de drank per schip, zoals veel meer bedrijven in West-Afrika de route overzee hebben gekozen. Echt soepel gaat dat niet. Adzah: „Die ladingen zijn in oktober vertrokken en nog steeds niet aangekomen.” Het transport naar Nederland, waar Alomo Bitters ook te koop is, gaat een stuk soepeler. Eigenlijk gaat dat op de manier waarvoor de Afrikaanse vrijhandelszone is opgericht.

Adzah heeft contact opgenomen met andere Ghanese bedrijven met vergelijkbare problemen. „Via diplomatieke weg proberen we het nu op te lossen. Maar Nigeria is zó machtig, ze doen wat ze willen. Ze hebben eerder ook de grenzen gesloten, maar nooit langer dan twee of drie dagen.”

De hoop op een functionerende vrijhandelszone heeft Kasapreko niet opgegeven; Adzahs team is net in Ethiopië geweest. Maar per 1 juli 2020, zoals afgesproken? Adzah lacht. „Ik denk dat het minimaal vijf jaar zal duren.”

 

Uneca: „We hebben geen idee.”

 

Bron: https://www.nrc.nl/nieuws/2020/01/13/op-papier-is-de-afrikaanse-vrijhandelsunie-heel-mooi-a3986556 

GNBCC | News